Sinds ik als zelfstandige werk is mijn kledingkast erg schaars. Aangezien mijn kantoor op de boerderij is, loop ik daar meestal rond in mijn boerderijkloffie. Iets met zelfkennis en regelmatig tussendoor in de stal belanden. Bij online overleggen is nette kleding niet nodig, bellen kan ook in een kapotte broek en op reportage bij een boer hoef ik niet aan te komen in mijn zondagse kloffie. Toen ik een interview moest doen met een Tweede Kamerlid kreeg ik het wel een tikkeltje benauwd. Help, ik heb niets om aan te trekken! Gelukkig heb ik een zusje met dezelfde maat én een uitgebreide garderobe. Ook het zomerreces hielp nog even mee. Nu hoefde ik niet heel Den Haag door te stuntelen op hakken, maar alleen het stukje van de auto naar de voordeur van het Kamerlid te halen. Maar goed ook, want ik kwam er later thuis achter dat mijn zakmes ook gewoon in mijn handtas zat, zoals dat een goede boerin betaamt. Daar was ik in Den Haag niet zo ver mee gekomen verwacht ik zo. Eind goed al goed. Al blijft mijn roze overall toch favoriet!




